E-participatie: 3 trends & hoe je ze het beste kunt inzetten

Als burger laten we steeds meer weten wat we vinden. We discussiëren online met elkaar over het nieuws en we delen filmpjes maar al te graag via social media. Daarnaast neemt het aantal burgerinitiatieven binnen gemeenten snel toe. Mensen bewegen zich steeds meer online en zijn tegelijkertijd steeds meer betrokken bij de beslissingen van instanties in hun omgeving. Een goede kans voor de overheid om burgers, naast offline, ook online te betrekken. In dit artikel laat ik zien welke drie trends leiden tot e-participatie en de bijbehorende mogelijkheden die deze trends bieden voor de overheid.

Dit artikel verscheen op Frankwatching.

1. Bottom-up-beweging

Steeds meer mensen willen meer inspraak hebben in wat er in hun omgeving gebeurt. Waarom maar één keer per vier jaar naar de stembus, terwijl er beslissingen op tafel liggen waar jij als burger meer vanaf weet, of meer betrokken bij bent, in vergelijking met de gemeente? Dit fenomeen staat ook wel bekend als het ‘wisdom of the crowds’- principe. Dat principe gaat ervan uit dat onafhankelijke individuen over meer kennis beschikken en betere beslissingen kunnen nemen, dan één expert. Zeker als het over hun eigen (leef)omgeving gaat.

Op het Doe Open Festival in Amsterdam vertelde Job Cohen dat we ons als burger tegenwoordig veel minder laten zeggen. Deze verandering komt onder meer door het aantal hoogopgeleiden, digitalisering en de economische crisis. Overheidsuitgaven worden onder de loep genomen en bezuinigingen worden doorgevoerd. In tijden dat we ons minder laten vertellen, zoeken we zelf naar oplossingen en alternatieven.

Een mooi voorbeeld is Groen Beweegt!, dat door samenwerking en eigen initiatief van inwoners meer groene projecten wilt realiseren in Nederland. Een ander initiatief is het Onvoorwaardelijk Basisinkomen dat voorstelt een vast (maand)inkomen voor iedere burger, verstrekt door de overheid – zonder inkomenstoets of werkverplichting.

Digitale voorkeur

Uit gegevens van E-stadslab blijkt dat 84 procent van de Nederlanders het liefst digitaal meedenkt, terwijl het merendeel van de gemeenten burgers voornamelijk offline probeert te betrekken. Als de overheid de kans om online input te vragen laat liggen, blijft kennis bij het individu. Inspelen op de digitale voorkeur van de burger geeft de bottom-up-beweging extra draagkracht.

De digitalisering heeft ook effect op de huidige burgerparticipatie; deze gaat langzamerhand over op een overheidsparticipatie. De overheid doet dan juist mee aan burgerinitiatieven, waardoor de burger en diens ideeën en initiatieven centraal komt te staan. Niet andersom.

2. Open data

Zoveel data, maar hoe toegankelijk is dit nu eigenlijk? Volgens Stef van Grieken, een andere spreker op het Doe Open festival, houden steeds meer bedrijven zich bezig met de open government. Stef is mede-oprichter van de Open State Foundation. Deze stichting maakt zich hard voor het openbaar maken van overheidsdata. Zij stellen dat het verzamelen, analyseren en beheren van overheidsdata wordt gefinancierd met publieke middelen, en dus met het publiek gedeeld moet worden.

Het delen van deze data brengt veel voordelen met zich mee: het bevordert transparantie, creëert hogere efficiëntie en het stimuleert innovatie. Een voorbeeld van open data is bijvoorbeeld het KNMI. Sinds zij hun data openbaar hebben gemaakt, zijn er talloze buienraders en weersites gelanceerd. Ook Open Cultuur Data is bezig met een opmars: digitale representaties van collectiestukken, kennis van culturele instellingen en digitale tours door musea – door deze data digitaal te delen wordt kunst en de bijbehorende kennis nu voor iedereen beschikbaar.

Door de open data kunnen burgers meer monitoren, en inspelen op data die hen opvalt. Hierdoor zijn ze beter geïnformeerd en gemotiveerd om mee te denken.

3. Informele democratie

Het gebruik van social media en open data draagt bij aan de informele democratie. Binnen de informele democratie deelt iedereen alles en krijgt iedereen de mogelijkheid te laten weten wat ze ergens van vinden. Zelfs brieven van de gemeente worden online gedeeld: begin mei 2015 werd bijvoorbeeld een traplift geweigerd aan een 91-jarige man. Het argument dat werd aangedragen in de brief: de meneer in kwestie had kunnen voorzien dat hij uiteindelijk geen trap meer zou kunnen lopen, waardoor hij eerder had moeten verhuizen. De brief werd via Twitter gedeeld en was met meer dan 1000 retweets binnen no time een trending topic. Hoe kon de gemeente in kwestie zo cru zijn om de 91-jarige een traplift te onthouden? Uiteraard is dit maar een deel van het verhaal dat naar voren komt. De gemeente liet dan ook weten dat ‘het verhaal complexer ligt dan dit.’ Het verhaal loopt goed af – de man heeft uiteindelijk zijn traplift gekregen.

Hoe ga je als overheid om met een wereld waarin social sharing centraal staat en de vraag naar een informele democratie groeit? Ik zeg: betrek je doelgroep zo veel mogelijk en geef ze een stem. Het liefst zowel off- als online; er is nog zo’n 20 procent van de bevolking die geen gebruik maakt van de digitale mogelijkheden. Online middelen inzetten heeft één groot voordeel: mensen kunnen hun mening geven waar en wanneer ze maar willen. Thuis op de bank, of terwijl ze onderweg zijn. Zo gaat er geen tijd ‘verloren’. Dit bevordert de laagdrempeligheid en speelt in op de informele democratie.

Wees duidelijk en transparant. Communiceer wat je aan het doen bent als overheid, en wie wat aangaat. Daarnaast is het cruciaal je bewust te zijn van het feit dat alles binnen no time gedeeld kan worden. Handel moeilijke kwesties daarom op een persoonlijke manier af, en zorg dat men zich gehoord voelt.

Wat vinden de burgers ervan?

Verzekeringspartij FBTO speelt goed in op de toenemende vraag naar een informele democratie. Zij geven klanten de mogelijkheid om te stemmen op zogenaamde ‘cases’: afgewezen schadeclaims van klanten waar een second opinion over is aangevraagd. Als er meer dan 100 keer op een case is gestemd, waarvan minimaal 60 procent het oneens is met het besluit, wordt de schadeclaim alsnog vergoed. Op deze manier heeft de burger inspraak op wat er gebeurt, en leert de FBTO van de cases.

Ook gemeenten gaan steeds meer richting een informele democratie. Zo heb je verschillende initiatieven uit diverse hoeken van het land; Right to Challenge geeft burgers de mogelijkheid zelf initiatief te nemen en de gemeente Overbetuwe is samen met zijn inwoners en ondernemers een nieuw bestemmingsplan aan het opzetten via een online platform. In Wijchen krijgen inwoners een substantieel budget ter beschikking om te besteden aan zaken die de leefbaarheid bevorderen.

Belemmering

Deze voorbeelden zijn stuk voor stuk mooie initiatieven. Maar vaak loopt men tegen het struikelblok regel- en wetgeving aan. Zo moeten er bijvoorbeeld veel omwegen worden bedacht om de subsidies daadwerkelijk toe te mogen kennen, en heeft een bestemmingsplan bepaalde kaders waaraan gehouden moet worden.

Regel- en wetgeving zijn momenteel de grootste belemmeringen voor een informele democratie. Denken vanuit de huidige regel- en wetgeving betekent denken vanuit wat er allemaal mag, terwijl het uitgaanspunt ‘wat kan er allemaal?’ vaak veel succesvoller werkt. Deze benadering sluit aan bij de overheidsparticipatie: de burger bepaalt de richting, de overheid beweegt mee.

Het belang van e-participatie

De bottom-up-beweging, het verlangen naar open data en de groeiende informele democratie: e-participatie biedt bij elk van deze trends grote kansen voor de overheid. Via e-participatie wordt de bottom-up-beweging gemakkelijker, komt open data terecht op online platforms en wordt de informele democratie bevorderd. Genoeg kansen voor een meer transparante en effectievere overheid!

Laat je reactie achter!