Maak kennis met Ecuador

Schrijvend met een groene vallei voor me, is het avontuur in Zuid-Amerika begonnen. We zijn nu anderhalve week in Ecuador, en het heeft me in deze korte tijd aangenaam verrast. Veel mensen bezoeken dit land enkel voor de highlight de Galapagos eilanden, terwijl het zoveel meer biedt: jungle, strand, koloniale steden, bergen, vulkanen en gletsjers, zelfs een inca-ruine. Het is Zuid-Amerika in het klein.

Hoewel Quito en de kleinere variant Latacunga niet perce veel gezellige terrasjes kennen (of wij weten niet van het bestaan af), doen de steden toch gezellig aan. Ondanks sommige waarschuw-verhalen over Quito voelen we ons veilig; we kunnen over straat lopen en niemand kijkt op of om, zelfs Tim die menig koppen groter is dan de gemiddelde Ecuadoriaan nemen ze voor lief. Best een verademing ten opzichte van mijn vorige reis door zuidoost-Azië, daar trok iedereen aan je in de hoop iets te verkopen.

De mogelijkheid om met de mensen te kletsen, al is ons Spaans nog erg basic, is ook erg fijn. De mensen zijn oprecht in ons geïnteresseerd. Elke taxichauffeur is benieuwd waar we vandaan komen, geeft ons tips waar we volgens hem naartoe moeten, en leert ons met plezier nieuwe Spaanse woorden. Eerder deze week zaten we in een bus die dwars door de bergen ging, en ook daar knoopten de locals een praatje met ons aan. Er werd ons verteld waar welk dorp lag, hoe alle bergen heten, en ze wezen ons de weg nog voordat we deze kwijt waren. De achterdocht die we soms hebben bij een ontmoeting is tot nu toe ongegrond, hopelijk blijft dat zo.

Met Hugo, onze taxichauffeur in Quito

In Quito hebben we de tijd genomen om even te acclimatiseren. Aankomen op 2800 meter voel je, en de drie trappen oplopen in ons eerste hostel was dan ook niet te vergelijken met onze drie trappen in Amsterdam. Op dag één hebben we door de stad gelopen met een missie, Tim had het namelijk al in het vliegtuig voor elkaar gekregen uit zijn enige lange broek te scheuren. Hoewel we wat pessimistisch gestemd waren er een te vinden, slaagden we al snel. In een rommelig winkelcentrum kwamen we uit in een klein winkeltje. De eigenaar was verrast dat er opeens twee gringo’s in zijn winkel stonden, maar bovenal was hij erg behulpzaam. Zo behulpzaam dat hij na aankoop zelfs even zijn winkel sloot om ons de weg te wijzen naar de kledingmaker, die de broek voor $3 kon inkorten. De zoektocht was een leuke manier om gelijk in het echte Quito terecht te komen.

De kledingmaker

De volgende dag hebben we het hogerop gezocht, op 4100 meter om precies te zijn. Met een ritje met El TelefériQo hadden we binnen 10 minuten prachtig uitzicht over de stad, Quito leek oneindig. Het verbaasde ons dan ook dat volgens de Lonely Planet zij maar 1.6 miljoen inwoners heeft, officieel genomen dan. Op deze hoogte merkten we ook hoeveel ‘puurder’ de lucht was. Er rijden toch veel bussen rond in de stad die zwarte wolken achterlaten, niet te doen. De berglucht deed ons bevestigen er goed aan te doen Quito achter te laten.

Vanuit de kleinere stad Latacunga zijn we vertrokken naar Cotopaxi, de hoogste actieve vulkaan ter wereld. Door de uitstoot van giftige gassen is het beklimmen van de top tijdelijk verboden. De refuge daarentegen niet. Geluk met het weer hadden we niet, de top van de vulkaan bleef die dag in de wolken. Toch was het idee ansich, staan op een kegelvormige vulkaan op 4864 meter, leuk zat. Het mountainbiken naar beneden nóg meer. Mij hoorde je van veraf aankomen, non-stop de remmen indrukken stond gelijk aan iehhhhiehhhhh. Na een tijdje had ik de angst gelukkig wat beter onder controle en wist ik in plaats van continue slechts om de paar meter de remmen in te drukken. Fietsend naar beneden keek je uit over groene velden, soms wat wilde paarden en nog meer bergen in de verte. Het liefst wilde ik in elke bocht stoppen.

Aan de voet van Cotopaxi

Na dit fietsavontuur was het tijd voor een wandeltocht, de Quilotoa-loop. Na een kostenindicatie bij touragencies  (een belachelijke $500 per persoon voor 3 dagen), besloten Tim en ik dat we dit ook prima zelf konden. Vanuit Latacunga pakten we de bus naar het kleine dorpje Isinlívi. We hadden gelezen dat het een mooie tocht zou zijn, maar zo mooi.. Binnen no time lieten we de geasfalteerde wegen achter ons en was het drie uur hobbeldebobbel, door de kleinste dorpjes. Oudere vrouwtjes met traditionele kleding stonden op elke hoek (bolhoed, rok, hakschoentjes en een kleurrijke doek om), maar ook Nike petjes en Adidas schoenen waren te spotten. Tijdens al het kijken hadden we niet door hoeveel we al waren gestegen, dus toen we na een bocht ineens een vallei voor ons hadden waren we aangenaam verrast. Overal waar we keken waren bergen, bergen en nog eens, bergen. Eenmaal aangekomen bij onze bestemming, hostal Llullu Llama, viel onze mond letterlijk even open. Hier hadden we voor twee nachten ons eigen huisje, inclusief openhaard en 2 privé balkons met uitzicht. Altijd grasetende lama Tito maakte het verblijf compleet.

Uitzicht vanaf ons balkon, Llullu Llama

Na twee dagen chillen was het tijd voor actie, met onze dagrugzak wandelden we van dorp naar dorp. Vanaf Isinlívi naar Chugchilan, en van Chugchilan naar Quilotoa. De eerste dag was met een stijging van slechts 400 meter goed te doen. We gingen als een speer. Onderweg kwamen we lieve kinderen tegen, staken we een rivier over via een smalle boomstam, en maakten we ons groot voor perros locos. Dag twee daarentegen viel ons zwaar. Zes uur lang hebben we ons omhoog gezwoegd. De beloning was het gelukkig waard. We kwamen aan op de rand van een vulkanische krater. Aan de ene kant van de rand zagen we de lange weg door de vallei en bergen die we hadden afgelegd, en aan de andere kant lag het lichtblauw gekleurde Laguna Quilotoa.

Laguna Quilotoa 

Inmiddels zitten we in Baños, het backpackerswalhalla. Hier zijn we in het eerste uur meer toeristen tegengekomen dan in de voorgaande week. Het brengt gelukkig ook wat luxe met zich mee, er zijn 1001 verschillende cafés en restaurants waar we uit kunnen kiezen. Hier gaan we waarschijnlijk Spaanse lessen volgen, watervallen bekijken, en uiteraard een aantal cervezas drinken. Daarna volgt het pretpakket van 2 weken: voor 4 dagen gaan we de jungle in, om daarna nog meer dieren te bekijken op de Galapagos. Jaaa, so far so good!

Extra foto’s kan je hier zien.

——–

9 thoughts on “Maak kennis met Ecuador

  1. Ha ha die Timp uit zijn broek gescheurd. Lekker dan!! 😅. Iris wat heb je het prachtig beschreven het lijkt of ik daar ook ben. Super 💋

  2. Wat een lekker reisverslag. Bolhoeden, gescheurde broek, vulkaan met giftige dampen, lama’s…. en dan moeten de Galapagoseilanden nog komen! Razend benieuwd naar het vervolg.
    En ik denk het antwoord op Ris haar vraag te weten: de nieuwe broek van Tim moest niet worden ingekort maar ingenomen (vanwege zijn slanke en atletische gestalte).
    Veel groeten vanuit Sri Lanka!

Laat je reactie achter!