Vissersdorp Rincón

Rincón del Mar, in mijn vorige blog omschreef ik dit als klein en bovenal schattig vissersdorpje. Na zeven dagen hier het dorp gadegeslagen te hebben, sta ik nog steeds achter deze omschrijving. Wat mij betreft moet iedereen hiernaar toe tijdens een bezoek aan Colombia.

Een korte omschrijving voor de beeldvorming: een wit strand van zeven kilometer aan de warme Caribische kust, straten van zandweggetjes, aardige bewoners en winkeltjes in alle huizen. Aangezien er amper hostels en hotels zijn, zijn we een van de weinige toeristen.

Er is niet veel te doen in Rincón del Mar. Het leven gaat langzaam, de zon schijnt hard. Soms is er aan het eind van de dag wat bewolking, die vaak weer op tijd opheldert zodat de zon nog kan schitteren tijdens haar ondergang. Vanuit het dorp kan je een bezoek brengen aan het nationale park San Bernardo, of langsgaan bij het meest dichtbevolkte crafted dorp Islote. Wij besloten aan wal te blijven.


De hangmat-leven

Vanaf mijn hangmat keek ik alle dagen, inclusief nu, uit over de zee. Hoewel het vandaag druk is met recreatiezwemmers in verband met de Paasvakantie, zag ik elke andere dag de vissers hard werken. Met zeven man trokken ze hun visnet aan een touw uit het water. Iedereen met zijn kleren aan, de zon vermeiden ze liever op de directe huid. Na een halfuur zwoegen konden ze hun buit bekijken, en schepten ze de vissen een voor een over in de boot. Dit tafereel met het visnet herhaalde zich nog zo’n drie keer. Toen de boot terugkeerde naar land stonden de vrouwen met emmers klaar. De buit werd onder hen verdeeld en kort daarna op verschillende plekken in het dorp aangeboden.


Vissers halen zwoegend hun laatste net binnen

Zo ook bij het ‘winkeltje’ naast ons hostel. Onder een boom zitten de verkopers klaar, met de weegschaal aan een tak hangend. Het is simpel: uit een grote stapel kies je de vis uit die je wilt, je pakt hem op en legt hem in de weegschaal. Na het betalen begint de pret. Want een vis recht uit de zee heeft natuurlijk nog al haar schubben en ingewanden. Eén van de verkopers was zo aardig om me te helpen. Samen stonden we met onze voeten in de branding, vis in de ene hand en een scherp mes in de ander. Eerst opensnijden, om daarna alle ingewanden eruit te halen. Vieze bruingroene smurrie. Deze gooiden we vervolgens weer regelrecht terug waar ze vandaan kwamen, hup de zee in. Met het mes schraapten we daarna de schubben van de huid, ze vlogen ronduit het strand op. Ik bedankte de behulpzame man en kreeg zelfs een compliment voor mijn goed gevilde vis, yes! Echt verse vis, twintig minuten later proefden we het verschil. Geen vis uit de Nederlandse supermarkt kan hier ooit tegenop.

  
Kiezen en fileren

De behulpzame verkoper is in Rincón del Mar niet uitzonderlijk, eerder “gewoon”. Als we rondlopen door het dorp schieten de mensen ons toe: waar zijn we naar opzoek? Niet dat ze hun eigen waar willen verkopen, ze brengen ons met plezier vijf winkels verder waar ze wél ananas verkopen. Maar vaker stonden we opeens in iemand’s huiskamer, waar we bananen konden kopen. Of een vis of kreeft. Ons kent ons, en iedereen helpt elkaar.

Tijdens onze tijd hier voelden we ons dan ook uiteindelijk geen toeschouwer, meer dat je meedraait in het dorp. Elke dag bij hetzelfde winkeltje boodschappen doen, praatje maken, visje kopen bij de buren, spelletjes spelen met de kinderen. Tijdens zonsondergang speelden Tim en ik namelijk graag een potje petanque, ook wel jeu de boel. Dit duurde niet lang, want in een korte tijd hadden we veel jonge toeschouwers. Toen we aanboden of zij ook eens een potje wilden, zagen we de ballen pas een uur later weer terug. Maar gelachen hebben we zeker!

  
Onze nieuwe vrienden

We verbleven in het hostel Rincón del Francés, gerund door de Fransman Jim. Tijdens zijn welkomstpraatje vertelde hij over de veiligheid van het dorp, en dat we ons nergens zorgen over hoeven te maken. Er bestond hier volgens hem geen criminaliteit. Daarnaast vroeg hij ons om een gunst, namelijk om drugs hier ver weg van te houden. Want zonder drugs geen geweld, en dat houdt het dorp zo gemoedelijk als dat het nu is. Naar het schijnt is dit dorp, zelfs in de tijden van meneer Escobar, altijd drugsvrij gebleven. Jim vecht ervoor het zo te houden en vandaar zijn verzoek. Voor ons is dit uiteraard geen probleem, maar helaas was niet iedereen zo begripvol. Zij zaten niet in het juiste hostel.

Ruim een week hebben we hangmat-geslingerd, ontelbaar veel potjes pesten en Catan gespeeld, boeken uitgelezen, gekleurd, luisterboeken geluisterd… Dit rustige leven is niet voor iedereen weggelegd. Met ieder op een motortaxi reden we terug over zand en hobbelpaden, op naar het dichtstbijzijnde dorpje. Vanuit daar wuifden we een bus aan langs de weg, terug naar het stadsleven. Terug naar Koloniaal Cartagana.


Avondritueel tijdens Rincón del Mar

Laat je reactie achter!