No dar papaya

Ruim een maand geleden kwamen we aan in Medellín, Colombia. We waren niet weg te slaan, we zíjn niet weg te slaan. Hoewel onze verwachtingen hoog waren, zijn ze in ruim vijf weken tijd allemaal uitgekomen. De mensen zijn extreem aardig, het land is ondanks de heftige en relatief recente geschiedenis hartstikke veilig en met zoveel verschillende pareltjes in het land moesten we keuzes maken. Ook niet gek gezien Nederland ruim 25 keer in Colombia past. We besloten het zuiden en de westkust over te slaan, en onze tijd te spenderen in het midden, oosten en noorden van het land. Momenteel schrijf ik vanuit Rincón del Mar, een klein en bovenal schattig vissersdorpje aan de Caribische kust. De dagen gaan langzaam en snel tegelijk, met een heerlijk gevonden ritme. We lezen een boek in de hangmat, koelen af in de zee, drinken een biertje bij zonsondergang en maken onze eigen kreeft klaar met salade. Nee, het leven is hier zo gek nog niet. En na de, zoals het voelt, marathon aan busritten en ervaringen is dit tranquillo leven in één woord verrukkelijk.

Ons avontuur in Medellín begon met een gratis wandeltour door de stad. Dit bleek een goede keuze, in vier uur tijd vertelde onze gids gepassioneerd over zijn stad, haar inwoners en de turbulente geschiedenis. Dat Pablo Escobar het leven van veel Colombianen zuur heeft gemaakt (en beëindigd) wisten we uiteraard, maar om van een gast zo oud als Tim te horen dat zes van zijn acht jeugdvrienden het niet overleefd hebben, maakt het wel heel echt. Tijdens de tour waren veel lokale bewoners nieuwsgierig, sommigen haakten zelfs ook even aan om mee te luisteren naar het verhaal van onze gids. Juist om die reden werd de naam Pablo Escobar bewust vermeden, zodat men niet dacht dat het een promo-tour was over deze crimineel. Tot onze verbazing bestaan deze echt, zelfs de broer van Escobar verdient geld met rondleidingen en het vertellen van levendige verhalen. De gids nam ons mee door het centrum van Medellin, zowel het ontwikkelde als armere gedeelte. Op sommige plekken goldt het door hem verzonnen “papaya level 4”, wat verwijst naar het Colombiaanse gezegde No dar papaya. Oftewel, don’t give opportunity (laat bijvoorbeeld niet je telefoon uit je zak steken). Overal in de stad zagen we dit gezegde terug, vaak met graffiti op de muren gespoten.

De volgende dag wisselden we van hostel, we verlieten Medellín-Noord voor het levendige El Poblado. Hip is daar een understatement, of het hippe Amsterdam is er niks bij, het is maar hoe je het bekijkt. Zo bestaan de meeste barren hier uit planten, zwart metaal en brickwalls. We lunchten we met de lekkerste broodjes, en kregen een burrito zonder burrito in een restaurant met imposante bar waarvan de ingang vijf huizen verderop verstopt was.

Medellín

Bij aankomst in El Poblado regelden we kaartjes voor de voetbalwedstrijd van het team van Medellín Nacional, versus CD Jaguares. Met nog 41(!) andere toeristen gingen we naar het stadion. Door eerdere gevechten tussen overenthousiastelingen van beide teams mochten er geen tassen, aanstekers, riemen en alcohol mee naar binnen, opzich best logisch. Maar er werd zelfs geen normaal bier geschonken in het stadion, dat vonden we dan wel weer een beetje jammer. Dus toen we op de tribune plaatsnamen en de verkoopmannetjes hoog bij laag bleven beweren dat de bekers bier wél alcohol bevatten, moesten we lachen. Zeker omdat er groot 0% op de bekers stond. De naïviteit van de gringos wordt hoog ingeschat.

Het mocht de pret niet drukken, de wedstrijd was namelijk een spektakel. We keken uit over de lengte van het veld, en aan de andere kant achter het doel stonden de grootste sfeermakers. 90 minuten lang stonden ze vol overgave te dansen, zingen, springen, het hield niet op. Alleen tijdens de rust, maar dat was ze gegund. Omdat ik zo in de ban was van het publiek heb ik helaas het eerste doelpunt weten te missen, van horen zeggen was het nog een mooie ook. Gelukkig lette ik daarna wel op de bal en heb ik de 2-0 wél meegekregen! Een mooie ervaring, zeker in Colombia waar voetbal net zo heilig is als religie.

De volgende avond was het ook feest, maar ditmaal voor Tim, hij was jarig! We zijn gaan eten bij het nummer 1 restaurant van Medellín, Carmen. We kozen voor het zeven-gangen menu en dat hebben we geweten. We gingen uit van kleine hapjes maar klein in Zuid-Amerika is voor ons groot. Per gerecht vielen we van de ene verbazing in de andere. Zo lekker, zo smaakvol. Mijn favoriet was de cevichi, Tim de octopus. Na zeven-en-een-halve gang per persoon kwamen we als tonnetjes rond het restaurant uitgerold. Maar een verjaardagseten was het zeker.

Na een week in de grote stad gingen we richting de bergen. Salento, bekend om de vele coffeefarms en Valle de Cocorra. Bij aankomst was ik niet gelijk onder de indruk, maar na een wandeling door het dorpje was ik fan. Kleurrijke huisjes overal omringd door groene vleien, maar nog belangrijker, overal kleurrijke jeeps! De lonely planet vertelde ons dat deze zo populair zijn bij de lokale bevolking dat ze nu zelfs als maatstaaf worden gebruikt. Dus als de lokals bijvoorbeeld vragen aan elkaar hoeveel sinasappels ze hebben gekocht, is hier “een jeep vol” een antwoord die tot de mogelijkheden behoort. De jeeps dienden als taxi’s in Salento, dus een aantal keer konden wij genieten achterin. Toen we vroegen hoe oud zo’n zoemend wrak nou is, stonden we versteld. Maar liefst 65 jaar, en vol trots voegde de bestuurder daaraan toe: zonder vervangen van de moter.

Salento

Omdat dit de laatste grote bergen tijdens deze reis zouden zijn, besloten Tim en ik nogmaals een meerdaagse wandeling te doen. Dit keer naar Parque Nacional Los Nevados met een oppervlak van 583 vierkante kilometer, gevuld met hoge pieken, gletsjers en warmwaterbronnen. Wij zouden in drie dagen de top van 4750 meter trotseren, maar dat verliep uiteindelijk iets anders. Onze tocht begon door het cloud forest, waar, zoals de naam al zegt, dichte mist tussen de bomen hing. Gedurende de eerste dag hebben we dan ook niet verder kunnen kijken dan een meter of vijf. Door abnormale hoeveelheden regenval waren de paden dit seizoen veranderd in modderglijbanen. Ook tijdens onze wandeling kwam het met bakken uit de hemel, waardoor de modder nog glibberiger werd. In het begin liepen we nog een beetje voorzichtig, maar na twee uur werd ons wel duidelijk dat daar geen beginnen aan was. Soms zakten we tot over onze enkel weg in de blubber. Op de laatste dag, ruim 18 km lang afdalen, leek het haast meer op skiën, met onze wandelstokken gleden we naar beneden. Met het einde in zicht konden we weer een beetje lachen, maar op de dagen daarvoor was dat ver te zoeken.

 Het begin van het cloud forest

Na de eerste dag zwoegen kwamen we aan in Finca La Playa, ons onderkomen voor die nacht. De vrouw des huizes stond op een houtfornuis met drie ‘pitjes’ te koken voor vijftien man, wij verzamelden ons eromheen voor de warmte. Het keukentje tevens huiskamer was namelijk de enige warme plek in hun huis. Vanuit Nederlands perspectief had het meer weg van een schuur: als we van de keuken naar onze gedeelde slaapkamer liepen, passeerden we bijvoorbeeld kalfjes die naast onze kamer sliepen, varkens die onze eetresten opaten en een roedel aan honden. Van de omgeving hadden we door de dichte bewolking nog niet veel kunnen zien, tot vlak voor het avondeten. Eindelijk trokken de wolken op en zagen we waar we zaten, omringd door de bergen. Een welkome beloning. De zon verdween langzaam in de wolken en we maakten ons klaar voor een koude nacht.

Finca la Playa

De volgende dag begonnen we vol goede moed. Die duurde bij mij ongeveer drie uur, toen begon het namelijk weer te stortregenen. IJskoud was het. Toen we op circa 4000 meter aan de voet stonden van de berg die we zouden beklimmen, bereikte de regen een nieuw hoogtepunt. We stonden naast een normaal gesproken helder en smal riviertje, nu veranderde deze voor onze ogen in een geelgekleurd modderstroompje. Onze gids Andrés keek verbaasd, in al zijn jaren wandelen had hij dit nog nooit gezien. Bovenaan de waterval brak een stuk grond af en zo breidde de rivier zich nog verder uit. Na een flits en donderknal was het duidelijk: wij gaan niet naar boven. En zo vervolgden wij onze weg naar onze tweede slaapplek. Ik ben vijf keer onderuit gegleden en ontspannend was het niet echt te noemen, maar we hebben het gehaald! De diverse uitzichten waren het gelukkig waard – we begonnen in regenwoud, kwamen uit bij een moeras en de Páramos, een speciaal soort ecosysteem bestaande uit hoge cactussen, en eindigden bij lange palmbomen in Valle de Cocorra.

Páramos en moeras

Vanaf Salento vlogen we voor een korte tussenstop naar Bogotá, om al snel door te reizen naar de Chicamocha Canyon. Door de aanwezigheid van verschillende thermos is dit een perfecte plek om te parapenten, en dat was exact de reden dat we hiernaar toe gingen. Dit is een van de weinige plekken ter wereld waar je kunt opstijgen en landen vanaf dezelfde plek. En dus renden we omstebeurt de berg af, met Julien aan onze rug vastgebonden. Hij deed dit al ruim 16 jaar, geeft toch wat vertrouwen. Een halfuur lang bleven we ieder in de lucht, afhankelijk van de warmtegolven. Soms rukte deze je op en vloog je ineens meters hoog de lucht in, soms zakte je plots naar beneden. Tijdens de landing vroeg Julien of we wat trucjes wilden, en zo vlogen we al zigzaggend naar beenden. Bij mij ging dat succesvol en niet veel later stond ik, ietwat misselijk, weer met beide benen op de grond. Tim had tijdens zijn afdaling nog meer geluk, Julien kwam niet goed uit en dus werd deze landingspoging gestaakt en kreeg Tim 15 minuten extra in de lucht. Het was een highlight, en een goede manier om de bergen achter ons te laten.

Chicamocha Canyon

Met een minibus kwamen we na 13 uur lang hobbelen aan bij Santa Marta. Dit stadje ligt aan de Caribische kust. Over Santa Marta hebben we eerlijk gezegd niet veel goeds te zeggen, het stonk er namelijk overal naar pis. Daarnaast was het “strand” ongeveer een halve meter, vaak vervuild met plastic. Keek je links zag je hoge hijskranen, keek je rechts zag je containerschepen liggen. Niet echt het idyllische strandplaatje dat we voor ogen hadden. Dit vonden we wél bij Costeno Beach, een waar chillparadijs. Veel hangmatten, yogalessen, volleybal, en vooral heerlijk eten. ’s Middags en ’s avonds aten we met alle gasten aan lange tafels, wat ervoor zorgde dat niemand meer een vreemde was en iedereen bij iedereen kon aansluiten. De zee was de speeltuin van Costeno beach, meespringen met de golven en als de muur water toch te hoog was doken we er snel onderdoor. We hadden moeite om deze plek weer achter te laten, en waren zeker niet de enige. Onze Spaanse surfleraar Carlos kwam hier ooit voor een weekje vakantie, uiteindelijk is het anderhalf jaar later… Zover lieten wij het niet komen, en na een week stapten we op de mototaxi. Tussen de palmbomen reden we over een zandweggetje, met de zee aan onze zijde. Een goed afscheid.

Costeno Beach

Tussen al het chillen door, moeten we natuurlijk ook wel eens dingen regelen. In Cartagena om precies te zijn, opzoek naar een boot die ons naar Panama kan brengen. Het regelen was verrassend snel gedaan, en terwijl we door de stad liepen kleurde deze langzaam geel. Overal hingen Colombiaanse voetbalshirtjes, en bovenal had iedereen deze aan. Ofwel iedereen is heel nationalistisch hier, of… Colombia moest spelen! Het was dat laatste, tegen Ecuador ter kwalificatie van het WK. Op een soort pleintje verzamelden veel mensen zich, we besloten aan te schuiven. Gelukkig op tijd, niet veel later stond het hele plein vol. Hoe meer mensen erbij kwamen, hoe gezelliger het werd. De vele oeh’s en aah’s lieten zien dat Colombia blij is met de kleine kansen, en toen ze plots scoorden werd iedereen op het plein gek! Met af en toe wat grappenmakers en showstelers tussendoor, zat de stemming er goed in. Ook deze wedstrijd werd afgesloten met 2-0, een mooie overwinning en het brengt de hoop tot deelname weer dichterbij.

Voetbal! In Cartagena

We vervolgden onze weg naar Casa en el Agua, de naam omschrijft het uitstekend. Een huis op het water en dat is wat het was. Gelegen temidden van de San Bernardo eilanden, met helderblauw water en koraal om ons heen. Hoewel het was ons betreft allemaal ietwat overprijsd was, hebben we het hier goed gehad. Vooral de planktontour ’s avonds was magisch. In het pikkedonker sprongen we van de boot en alles lichtte op. In deze mangrove was namelijk veel plankton dat bij beweging licht geeft. De schoolslag deed ons op elfjes in het water lijken.

Casa en el Agua

Inmiddels hebben we nog één maand te gaan. Vanwege het duurdere Panama hebben we besloten de boot pas half april te pakken, dus we hebben nog even in Colombia. De Catamaran genaamd Zoe zal ons daarna in vijf dagen tijd naar Panama zeilen. Best spannend om ongeveer 36 uur over open zee te varen, maar de San Blas eilanden waar we daarna aankomen schijnt het allemaal waard te zijn…

Voor nu, hasta la vista!

Meer foto’s? Die bekijk je hier

5 thoughts on “No dar papaya

  1. Hoe kun je een mens jaloers maken, maar tegelijk ook enthousiast, het is en blijft fantasisch je “blog” – een wonderstory – te lezen en de fto’s te bekijken en je er -dank zij jouw geschrijf er HELEMAAL “in” te bevinden- Er zijn nogal wat uitdrukkingen die deze wat oudere mens niet begrijpt, zal ze morgen als ik tijd heb opsommen en je toesturen kun je ze vanuit je hangmat
    verduidelijken. Moet nu nog snel koken vanavond en filosfielezing bijwonen, ook leuk, nuttig en interssant. Voor nu alle goeds Peter Spit

    1. Haha ik kijk ernaar uit deze op te helderen, dus stuur maar door! Veel plezier bij je filosofielezing, liefs vanuit Colombia

  2. Woooow wat maken jullie mooie en indrukwekkende dingen mee. Fantastisch zoals jij , jullie reis beschrijft. De foto’s zijn ook al zo prachtig. Ik zie dat jullie lekker genieten. Ga er nog even voor. We kijken uit om jullie te knuffelen, maar maak er nog een prachtige april maand van.

  3. Ha Iris! Hoezo heet dit hoofdstuk ‘No Dar Papaya’? Want je blog is een en al verleiding. Zelfs een zombie zou nog zin krijgen om te gaan reizen… De Colombiaanse VVV zal blij zijn.
    Spannend om het stuk te lezen over de tocht door de bergen, en de langdurige regenval die het rivierwater deed wassen. Inmiddels weten we allemaal wat er zich de afgelopen dagen ook in Colombia heeft afgespeeld. Vreselijk die modderstromen. Gelukkig zaten jullie op dat moment aan de kust, maar vreselijk voor de mensen in die dorpen.
    Enfin, geniet van de komende maand en blijf, om met de Dalai Lama te spreken, ontspannen waakzaam. Dat mag ik als vader toch wel zeggen? Heel veel liefs!

  4. Lieve Iris en Tim, ik heb met hulp van Ferdi net jullie foto’s bekeken. Fijn dat jullie jong zijn en dit kunnen meemaken. Geniet nog maar volop!
    Heel veel liefs van oma Toos

Laat je reactie achter!